In literatuur vond ik de volgende passage: “Uit een schrijven van de archivaris van de Herv. Gemeente te Zierikzee blijkt dat er sprake is van een orgeltje dat tijdelijk in de Kleine Kerk is geplaatst. Dit zou omstreeks 1875 moeten zijn. Er blijkt een brief te zijn van de Kerkvoogdij aan Ds. Bar, toen te Zaandam waaruit zou af te leiden zijn dat dit orgel geleverd werd door P. Flaes te Amsterdam. Dit gegeven is niet al te duidelijk en zou nader onderzoek verdienen." (1). Dat heb ik geprobeerd te doen, in het kader van het te verschijnen boek over Flaes & Brünjes. Want dominee Bar te Zaandam komt helemaal niet voor... Wel dominee Bax, maar dat is pas later. Hoe zit dat?
Boven: Pieter Flaes (1812-1889). Onder: ds Willem Bax (1836-1918)
Het archief van de Hervormde gemeente Zierikzee bevindt
zich bij het Zeeuws Archief, locatie Zierikzee. Met uitzicht op de
beeldbepalende toren van de Nieuwe Kerk, zocht ik allereerst in de
kerkvoogdijnotulen. Behalve een dispositievoorstel voor een nieuw orgel door de
firma Witte, vond ik in december 1875
een summiere vermelding dat er intern overleg plaatsvindt over een orgel voor
de Kleine- of Gasthuiskerk in Zierikzee. Het wordt daaruit niet duidelijk of
dit instrument geleverd is door Flaes. In de notulen stond niet dominee Bar
maar dominee W. Bax, die in de periode 1874-1884 dominee in Zierikzee was. Hij
zou pas daarna te Zaandam dominee worden, dus waarom werd zijn woonplaats in de literatuur Zaandam genoemd. Ook in de (bijlagen bij de)
rekeningen vond ik geen betalingen voor het orgel. De vragen bleven vooralsnog.
Ontmoedigd dronk ik een kop koffie en kreeg ineens een
brainwave. Het nieuwe orgel voor de Gasthuiskerk werd in 1887 geplaatst. In die
periode was dominee Bax wél dominee in Zaandam. Zou de bewuste brief dan kort
voor plaatsing van het nieuwe orgel zijn geschreven?
Opnieuw ging ik op zoek en in de correspondentie vond ik inderdaad een
uitgaande brief aan dominee Bax, gedateerd op 12 oktober 1886. De kerkvoogdij
vraagt in deze brief hun vroegere dominee Bax of die wil meedelen of ´Het
orgel in de kerk á costé door de heer Flaes in der tijd geleverd en geplaatst,
op den duur voldoet en in goede staat blijft en genoemde heer kan worden
aangebevolen”.
Fragment uit de brief van ds. Willem Bax aan de kerkvoogden van Zierikzee, 1886
Over dat eerste orgel voor de Gasthuiskerk in Zierikzee weten we weinig: M.H. van ’t Kruis noteert
in 1885 over het instrument dat het “is gemaakt in 1847 door Stulting en
Maarschalkerweerd uit Utrecht geleverd” . Met die levering moet Van ’t
Kruis de oorspronkelijke bouw bedoelen, want een feit is dat er pas na december
1875 een orgel kwam. Het pijpwerk van het instrument, tegenwoordig in Nijeveen,
wijst ook richting Stulting & Maarschalkerweerd. Helaas weten we niet hoe
Flaes daar voor 1875 aan gekomen is. Opmerkelijk is dat het instrument in 1887,
kort voor vervanging door een nieuw orgel, wordt aangeduid als “seraphine-orgel”,
wat officieel een harmonium betekent. Maar tot op de dag van vandaag gaan die
termen door elkaar. (2).
We kunnen dus vaststellen dat Flaes, blijkens een brief in 1886, na december
1875 een tweedehands orgel van Stulting & Maarschalkerweerd in de Kleine
Kerk van Zierikzee plaatste.
Dominee Bax reageert eind die maand maar gaat niet in op
de vraag of Flaes het orgel nog te repareren vindt. Daarentegen schrijft hij
heel lovend over Flaes en noemt de goede ervaringen met het Zaandamse
Oostzijderkerkorgel, ruim 20 jaar oud. Hij citeert uit overlevering organist
Bastiaans, die dat orgel bij de ingebruikname in 1863 bespeelde. Maar ook
beveelt Bax drie andere orgelmakers aan: Kruse, Leichel en Witte. Hij refereert
respectievelijk aan de nagelnieuwe orgels in Koog aan de Zaan, Schermerhorn en
de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam.
Inmiddels heeft Ezerman, de organist van de Nieuwe Kerk
in Zierikzee, ook contact met Flaes. Flaes vertelt hem dat hij een orgel
volledig bespeelbaar klaar heeft staan (het orgel dat een paar maanden later in
Tricht wordt geplaatst) en een tweede orgel bijna gereed heeft staan (het orgel
dat tegenwoordig in Hiaure staat of het orgel dat in de Doopsgezinde kerk in
Middenbeemster staat).
In januari 1887 komt Flaes per stoomboot naar Zierikzee.
Hij dient een plan in en verwijst naar de orgels van Zonnemaire (1872, II/ap/12 met transm., fl 3600,-) en Sint Maartensdijk (1882, II/ap/13 met transm., fl 4900,-). Het prijsverschil van fl 1300,- tussen beide orgels is sowieso al opvallend, terwijl de verschillende factoren slechts zijn:
- Tien jaar waarin materiaal- en loonprijs kan zijn gestegen
- Een grotere orgelkas dus iets meer materiaalkosten voor hout en frontpijpen in Sint Maartensdijk
- Een Roerfluit 8vt extra op het hoofdwerk
Het orgel voor Zierikzee, waarvan we de voorgestelde dispositie door Flaes niet weten, moet fl 3800,- kosten. Het is aannemelijk dat het eenzelfde dispositie moest krijgen als in Zonnemaire. Allereerst gezien de kosten, ten tweede omdat Flaes later een extra Holpijp 8vt op het Manuaal I begroot voor fl 300,- extra. Blijkbaar was er oorspronkelijk geen 8-voets fluit voorgesteld. Als in plaats van een Salicionaal 8vt een
Prestant 8vt op het 2e klavier komt, komt er fl 100,- bij. De kerkvoogden verlangen een
tongwerk op het tweede klavier maar Flaes raadt dat af. Dat wordt heel duur
omdat er dan geen sprake van een gecombineerde windlade kan zijn, maar een aparte
bovenwerklade. Het “voegt in kracht weinig toe”.
Flaes bedankt ondertussen voor een belangrijke
orgelreparatie en is dan ook heel teleurgesteld als de kerkvoogden kiezen voor
een offerte van L. van Dam & Zonen, die een uitgebreidere dispositie heeft
voorgesteld. Flaes schrijft teleurgesteld dat hij een orgel á la Sint
Maartensdijk half klaar had staan, waarvoor hij fl 5000,- had gehad (dat moet dan toch - vrijwel - volledig afbetaald zijn geweest, gelet op de nieuwbouwprijs van fl 4900,- in Sint Maartensdijk!), maar zo dat
er nog genoeg verandering van registers op te maken was. Hij is wel blij met
zijn fl 50,- schadeloosstelling, want voor de 2 dagen verzuim was hij fl 32,60
kwijt. Zo gaat aan Flaes in die tijd niet alleen een nieuwe opdracht voor
Assendelft (1886) voorbij, maar ook te Zierikzee.
Brief van Pieter Flaes aan de kerkvoogden van Zierikzee, 1887
Van Dam neemt het tweedehands orgel in, wat uiteindelijk
in Nijeveen terecht komt. De geschiedenis van Pieter Flaes te Zierikzee eindigt hiermee. Ik rij, dezelfde reis afleggend als dominee Willem Bax 141 jaar geleden, van Zierikzee terug naar mijn huis in Zaandam. Uit het dossier Zierikzee heb ik veel geleerd, maar ook nu roepen vragen weer nieuwe vragen op:
- Het orgel voor Aarlanderveen(?) (nu Hiaure) of Middenbeemster) stond al op voorraad in de werkplaats
- Er lijkt een orgelbouwopdracht halverwege te zijn afgebroken. Voor welke opdrachtgever en waarom had die dat instrument al (grotendeels) vooruit betaald?
- Opnieuw zien we een bevestiging dat Flaes kracht in het orgelgeluid belangrijker vindt dan heel veel registers om mee te "kleuren"
- Het wordt des te intrigerender waarom Flaes vanaf 1884 met een volledig bespeelbaar tweeklaviers orgel (2/ap/10) blijft zitten, waarmee hij adverteert en het in Zierikzee aanbiedt, voor het uiteindelijk in Tricht terecht kom.
- Archiefbronnen kunnen elkaar tegenspreken; enerzijds steekt dominee Bax in 1886 de loftrompet over het 23 jaar oude Zaandamse Oostzijderkerkorgel, anderzijds is in 1893 een reparatie nodig vanwege "den slechten toestand van het orgel".
Het Van Dam-orgel (1887) in Zierikzee. Collectie Zeeuws archief, Beeldbank Schouwen-Duiveland nr DIA-2144.
Het orgel dat hoogstwaarschijnlijk na december 1875 door Flaes in Zierikzee is geplaatst, nu in Nijeveen. Foto Gerrit Wisselink.